‘Putjes’

Bij het testen kan het zijn dat een bepaalde hoeveelheid van een supplement wordt aangeduid. Maar door het volgen van mijn intuïtie voel ik dat deze hoeveelheid niet klopt. Er blijkt bij doortesten een plek in het lichaam te zijn waar nog meer behoefte aan de stof is. Dit voorbeeld maakt het duidelijker:

Harold vraagt of ik hem wil testen voor een benzeenvergiftiging. Ik voel meteen dat het klopt, dat hij ooit zo’n vergiftiging heeft opgelopen. Bij het testen wordt dit bevestigd.
Er is behoefte aan 80 mg vitamine B2. Weer geeft mijn intuïtie aan om door te testen op de behoefte aan B2 van het beenmerg… en dat blijkt 600 mg te zijn. Nu heb ik nóg meer zekerheid én diepe bevestiging van de benzeenvergiftiging.
Benzeen heeft een ‘voorkeur’ voor het beenmerg, waar het de aanmaak van vooral witte maar ook rode bloedlichaampjes belemmert. Dit is de oorzaak van bijna alle gevallen van ‘reguliere’ leukemie. Doordat B2 zich verbindt met benzeen, kan deze nu uit het lichaam verwijderd worden. (Wél is het noodzakelijk om hierbij de nieren te ondersteunen.)

Het beenmerg is in dit geval een ‘putje’ en op zulke ‘putjes’ is het belangrijk om te testen.

Vergelijk: er is een betonvloer die op zich egaal lijkt maar als je goed kijkt zijn er allerlei kleine putjes en gaatjes, de ene dieper dan de ander.
Je besluit een 2 mm laagje epoxy te laten aanbrengen.
Hoewel de hele vloer een laag van 2 mm krijgt, toch zullen de putjes en gaatjes meer materiaal nodig hebben.

Terug naar Methodiek >>>

Een site van WebZenz.